12. Is een onafhankelijk Vlaanderen wel levensvatbaar?
Voorstanders van de Belgische eenheid beweren dat een
onafhankelijk Vlaanderen niet leefbaar zou zijn. “Splitsen? En
we zijn nu al zo klein!” is een argument dat vaak tegen Vlaamse
onafhankelijkheid wordt opgeworpen. Een nepargument.
Klein maar welvarend
Als Vlaanderen en Wallonië soevereine staten worden, dan zal de
uitgebreide Europese Unie twaalf landen kennen die kleiner
zijn dan Vlaanderen, zelfs zes die kleiner zijn dan
Wallonië. Vlaanderen heeft dan recht op 15 of 16 zetels in het
Europees Parlement en acht of negen stemmen in de Raad van
Ministers, net minder dan Oostenrijk, maar méér dan Slowakije,
Denemarken en Finland.
Vlaanderen past met zijn zes miljoen inwoners en zijn
internationaal georiënteerde economie perfect in het rijtje van
kleine, welvarende landen zoals Ierland (3,7 miljoen), Noorwegen
(4,4 miljoen), Finland (5,2 miljoen), Denemarken (5,3 miljoen),
Zwitserland (7,1 miljoen), Oostenrijk (8,1 miljoen) en Zweden
(8,9 miljoen). Wie durft beweren dat zes miljoen Vlamingen het
economisch minder goed zouden doen dan de begin jaren negentig
onafhankelijk geworden en sindsdien welvarende Baltische staten
die respectievelijk 1,5 miljoen (Estland), 2,4 miljoen (Letland)
en 3,7 miljoen (Litouwen) inwoners tellen? Waarom zou Vlaanderen
zich niet kunnen meten met het kleine Ierland, de ‘Celtic Tiger’
die de jongste jaren een fenomenale economische groei kende?
De economische argumenten voor Vlaamse onafhankelijkheid zijn
ijzersterk. Zo is Vlaanderen - samen met Brussel - goed voor 75
procent van het Belgisch bruto binnenlands product (BBP). Ruim
80 procent van de Belgische export wordt gerealiseerd in
Vlaanderen.
Bij een rangschikking naar bruto binnenlands product per hoofd
laat Vlaanderen onder andere Duitsland, Denemarken, Frankrijk,
Nederland, Oostenrijk, Zweden, Ierland, Finland, het Verenigd
Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada en uiteraard ook België
achter zich. Vlaanderen staat op de zesde plaats inzake rijkdom,
terwijl België pas de twaalfde plaats bezet. Dit is dan nog
slechts mogelijk omdat Vlaanderen België naar een hoger niveau
tilt. Enkel Luxemburg en Ierland doen het beter dan Vlaanderen.
De kleinere staten zouden wel eens de drijvende krachten kunnen
zijn achter de economische groei in de eenentwintigste eeuw.
Precies door hun kleinschaligheid zijn deze ‘region-states’
verplicht om verder te kijken dan de eigen grenzen.
Een onafhankelijk Vlaanderen is geen wensdroom, maar een
haalbare kaart.
Vlaanderen moet zijn lot in eigen handen nemen. Niet splitsen en
doorgaan met België speelt in ons (economisch) nadeel. Hoog tijd
dat we de geblokkeerde en door chantage bijeengehouden Belgische
constructie inruilen voor een efficiënte en slagvaardige
staat.
Terug naar menu