13. Burgeroorlog of fluwelen scheiding?
Zelfbestuur
Elk volk heeft recht op zelfbeschikking.
Ook de Vlamingen moeten hun eigen lot kunnen bepalen, en dat kan
het beste gebeuren via een eigen onafhankelijke staat. Alleen in
een onafhankelijke Vlaamse staat kan het Vlaamse volk zich
optimaal ontplooien. Vlaanderen moet zelf over zijn welvaart,
welzijn en bestemming beschikten. Dat is heel wat anders dan
de ‘Joegoslavische toestanden en etnische zuivering’ waarvoor
sommigen waarschuwen. De splitsing van de Scandinavische Unie in
Noorwegen en Zweden (1905) en de splitsing van Tsjecho-
Slowakije in de Tsjechische Republiek en Slowakije (1992)
bewijzen dat het mogelijk is om op een vreedzame, democratisch
gelegitimeerde en internationaal aanvaarde manier tot de
ontbinding van een staat en tot onafhankelijkheid te komen.
De ontbinding van de Scandinavische Unie
Tot 1905 vormden Noorwegen en Zweden een Scandinavische Unie. Ze
hadden onder meer een gemeenschappelijke koning, een
gemeenschappelijk buitenlands beleid en een gemeenschappelijke
regering. Tussen de twee landen bestonden evenwel veel
spanningen. Er volgden verschillende hervormingen waarbij de
verhoudingen tussen Noorwegen en Zweden herschikt werden. Maar
de spanningen bleven voortduren. Noorwegen en Zweden verschilden
grondig van mening over de voorwaarden om de Unie verder te
zetten.
Op 7 juni 1905 verklaarde het Noorse parlement de Unie met
Zweden ontbonden. Noorwegen stuurde onmiddellijk gezanten naar
het buitenland om te laten weten dat er geen ‘revolutionairen’
aan het werk waren en dat men geen oorlog met Zweden wilde. Eind
juli 1905 ging het Zweedse parlement akkoord om de Unie te
ontbinden. Er werden onderhandelingen aangeknoopt die in
september afgerond werden. Ondertussen had de Noorse bevolking
zich in een referendum uitgesproken voor onafhankelijkheid. Het
opheffen van de Zweeds-Noorse Unie klaarde meteen de relaties
tussen beiden landen uit. Luttele jaren na de Noorse
onafhankelijkheid waren de relaties tussen beide landen beter
dan ze ooit binnen de Unie geweest waren. Scandinavië was niet
langer een potentieel conflictgebied, maar een voorbeeld van
goed nabuurschap en samenwerking tussen onafhankelijke staten.
De ontbinding van Tsjecho-Slowakije
De situatie in Tsjecho-Slowakije vertoont heel wat gelijkenissen
met België. Na de val van de Berlijnse muur in 1989 en de
organisatie van vrije en democratische verkiezingen, verdwenen
de communisten van het toneel. In het nieuwe land moesten de
staatsstructuren helemaal opnieuw uitgetekend worden. Daarbij
stond de relatie tussen de 10 miljoen Tsjechen en de 5 miljoen
Slowaken bovenaan de politieke agenda. De Slowaken wilden als
gelijkwaardige partners binnen de federatie aanzien worden. Voor
de Tsjechen waren economische hervormingen dringender en
belangrijker dan een eventuele staatshervorming. De crisis bleef
voortduren. De Slowaken wilden langzame economische
hervormingen, terwijl de Tsjechen sneller wilden gaan.
In plaats van elkaar te gijzelen en te blokkeren, besloten de
Tsjechen en Slowaken uit elkaar te gaan. Men besloot de
federatie te ontbinden. Er volgde een reeks onderhandelingen
waarbij de partijen zich soms hard opstelden, maar tegelijk
begrepen dat een vlotte scheiding in het voordeel van beiden
was. Voor de onroerende goederen gold het
territorialiteitsbeginsel: de in Tsjechië gelegen gebouwen
werden aan Tsjechië toegewezen, de gebouwen in Slowakije aan de
Slowaken. De roerende goederen en de staatsschuld werden
evenredig verdeeld tussen beide volkeren.
De tegenstanders van de splitsing hadden een catastrofescenario
uitgetekend waarbij de scheiding gepaard zou gaan met een daling
van de handel in beide landen, en een stijging van de
werkloosheid. Niets van dat alles: de splitsing bleek de beste
oplossing voor twee landen met een sterk verschillend economisch
stelsel en een ander politiek landschap. Het handhaven van
Tsjecho-Slowakije had wellicht voor veel meer wrijvingen gezorgd
en zou geleid hebben tot voortdurende blokkeringen en een
economisch beleid dat noch aan de Tsjechische, noch aan de
Slowaakse noden tegemoet kwam.
Door de onafhankelijkheid van Noorwegen en Zweden was
Scandinavië niet langer een potentieel conflictgebied en ook
Tsjecho-Slowakije werd volkomen geweldloos opgesplitst in twee
onafhankelijke staten die prima kunnen samenwerken. Waarom zou
België deze vreedzame buitenlandse voorbeelden niet kunnen
volgen?

Terug naar menu