2. Zijn de Vlaamse strijd en de taalstrijd dan niet overbodig geworden?

Dat Vlamingen tegenwoordig in hun eigen taal terecht kunnen in het gemeentehuis, in de rechtbank, in het onderwijs vinden wij vanzelfsprekend. Maar het is ooit anders geweest.

Van bij het ontstaan van België was het er de machthebbers om te doen de Vlamingen dom te houden, de Vlaamse cultuur te vernietigen en het Nederlands uit te roeien. De voornamelijk Franstalige leidende klasse maakte daar trouwens geen geheim van. Charles Rogier, één van de stichters van de Belgische staat, zei letterlijk dat “de taal van de Vlamingen moet worden uitgeroeid”. Eén van zijn bekendste spreuken laat weinig aan de verbeelding over: “La Belgique sera latine, où elle ne sera pas”. België zal Franstalig zijn, of niet zijn…

De Vlaamse tragedie aan de IJzer - Wereldoorlog I - waarbij ongeschoolde Vlaamse frontsoldaten door hun officieren met Franse bevelen onder het motto “et pour les flamands la même chose” de dood werden ingejaagd, wordt vandaag door progressieve en politiek-correcte geschiedenis(her)schrijvers modieus ontkend of meewarig afgedaan als ‘een mythe’. Maar het is wel een historisch feit. Net zoals de uitlating van Kardinaal Mercier, die botweg verklaarde dat het Nederlands als taal gewoon ongeschikt was voor het onderwijs, ‘een taal voor keuterboeren’…

België heeft de Vlamingen altijd stiefmoederlijk behandeld. Onze taalrechten werden pas erkend en de taalwetten afgedwongen na een generatielange strijd van Vlaamsgezinden. De taalwetten werden in ons land trouwens altijd met de voeten getreden. Ook nu nog. Denk maar aan de ronduit schandalige taaltoestanden in de Brusselse ziekenhuizen, waar Vlaamse patiënten als marginalen worden behandeld. “Flamand, connais pas”… klinkt het in het beste geval.

In 1962 werd de taalgrens vastgelegd. Daarbij werd het land opgedeeld in homogene taalgebieden: Nederlands in Vlaanderen en Frans in Wallonië. De hoofdstad Brussel, gelegen op Vlaams grondgebied, werd officieel tweetalig. Maar de Franstaligen hebben zich nooit neergelegd bij die situatie.

Volgens de grondwet zijn alle Belgen gelijk voor de wet, maar de Franstaligen zijn vast en zeker wat gelijker. In de Vlaamse rand rond Brussel wisten ze ‘faciliteiten’ af te dwingen. De faciliteitengemeenten behoren dan wel tot Vlaanderen, de Franstaligen zouden er - in afwachting van hun integratie - ‘tijdelijk’ in hun eigen taal bediend worden door de overheid. Integendeel, na al die jaren is duidelijk dat de Franstalige inwijkelingen helemaal niet geïnteresseerd zijn in integratie en er niet aan dachten de taal van hun gastheer te (leren) spreken. De faciliteiten worden niet langer beschouwd als een tijdelijk voorrecht maar als een verworvenheid. Ze zijn ook geen integratiemaatregel maar een verfransingsmachine, waarvoor de Vlamingen ook nog eens betalen in het Franstalig onderwijs ter plaatse…

Waar er faciliteiten in Wallonië zelf zijn, worden die gewoon niet nageleefd. Zo weigert de Franse Gemeenschap, ondanks de wettelijke verplichtingen daartoe, ook maar één euro te betalen voor de Vlaamse school in Komen. Voor het Franstalige faciliteitenonderwijs in Vlaanderen betalen de Vlamingen braafjes tien miljoen euro per jaar…

Maar ook dat is allemaal nog niet genoeg. In de discussie over het tweetalige kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde - flagrant in strijd met de grondwet - verklaarde Elio Di Rupo zonder blikken of blozen: “De Vlamingen zeggen dat de taalgrens en de grenzen van Brussel voor eeuwig vastliggen. Dat kan niet. Daar kunnen wij niet mee leven”. Commentaar overbodig.

De Brusselse situatie bewijst dat wie zegt dat de Vlaamse strijd en de taalstrijd overbodig geworden zijn, zich vergist of met oogkleppen rond loopt. Zeker nu, binnen de Europese context wacht Vlaanderen trouwens enkele grote uitdagingen. Enkel een slagvaardige staat kan standhouden tegen de Europese voogdij die de Vlamingen, hun cultuur, economische dynamiek en taal zou kunnen aantasten. In eigen land moeten de aanhoudende oproepen om het hoger onderwijs in de toekomst in het Engels te houden ons aanzetten tot waakzaamheid. We voelen er weinig voor om de moeizaam bevochten positie van het Nederlands opnieuw op de helling te zetten. Het gaat in België trouwens al lang om veel meer dan een taalkwestie…

“Hét probleem tussen Vlaanderen en Wallonië is niet de taal, wél de Belgische staat zelf.”

Paul-Henri Gendebien, voormalig voorzitter van het Rassemblement Wallonie-France

in Gazet van Antwerpen van 20 maart 2002

 

 

Terug naar menu

Ik ben voor Vlaamse onafhankelijkheid: