4. Is het waar dat Wallonië vroeger het arme Vlaanderen heeft geholpen?

Verdedigers van de Belgische welvaartsoverdrachten - Franstalige politici op kop - beweren, in een poging om de miljardentransfers van Vlaanderen naar Wallonië te rechtvaardigen en te minimaliseren, dat Wallonië ooit het arme Vlaanderen boven water heeft gehouden.

“We moeten de solidariteit instandhouden,” klinkt het veelal uit socialistische hoek. De geldstroom vloeide vroeger omgekeerd, beweert men: het rijke en geïndustrialiseerde Wallonië zou het arme, achterlijke en agrarische Vlaanderen financieel hebben gesteund. Vanuit dat oogpunt is de huidige geldstroom vanuit Vlaanderen dan niet meer dan een soort herstelbetaling, of het aflossen van een financiële en morele schuld uit het verleden. Maar de geldstroom van Wallonië naar Vlaanderen heeft nooit bestaan. Het is een hardnekkig fabeltje, zoals de professor J. Hannes duidelijk heeft kunnen aantonen (‘De prijs van België was altijd hoog,’ in: Secessie, nr. 2, januari 2001, p. 25-37).

Vlaanderen was lange tijd één van de rijkste regio’s van Europa. In het begin van de 19de eeuw leidden economische factoren, maar ook de oprichting van de anti-Vlaamse Belgische staat in 1830 ertoe dat de welvaart geleidelijk verminderde. De verarming in Vlaanderen werd een harde realiteit, onder andere als gevolg van opeenvolgende misoogsten. Ondertussen kon Wallonië, dankzij de aanwezigheid van steenkool, zijn industrie ontwikkelen en zo zijn welvaart vergroten. Toch werd Vlaanderen ook toen al zwaarder belast dan het rijke zuiden. In de periode 1832- 1912 betaalden de 4 Vlaamse provincies, met 44,1% van de bevolking 44% van alle belastingen. Wallonië betaalde 30% van de belastingen voor een bevolkingaandeel van 38,2%. Het is frappant dat Vlaanderen zijn aandeel in de belastingen volledig betaalde, terwijl het aandeel van de Waalse ontvangsten ver onder zijn bevolkingsaandeel lag. Oorzaak hiervan was een verouderde fiscale wetgeving die de nadruk legde op de waarde van het grondbezit. Hierdoor werd Vlaanderen te zwaar belast: het werd belast op zijn verleden. Dezelfde onaangepaste wetgeving belastte de nieuwe zware nijverheid onvoldoende, waardoor Wallonië kon genieten van een fiscale voorkeursbehandeling. Vlaanderen heeft zijn teveel gestorte geld nooit teruggezien. Het kapitaal investeerde praktisch niet in Vlaanderen; de overheid deed dat wel, maar onvoldoende.

Hoewel Vlaanderen - zonder Brabant - toen 44% van de belastingen betaalde, kreeg het maar 35 tot 37% van de overheidsinvesteringen. Ook in de 19de eeuw was er dus al een transfer van Noord naar Zuid, en zeker niet omgekeerd. De Waalse geldstroom naar Vlaanderen is een mythe, een politieke leugen. Maar waarom blijft de Vlaming deze structurele diefstal pikken onder het mom van ‘solidariteit’? Journalist Roger Van Houtte zei het zo in Gazet van Antwerpen van 30 juli 2004:

Vandaag is de Vlaming niet meer straatarm, ongeletterd of uitgehongerd, maar nog steeds reageert hij niet tegen het fundamentele onrecht van een verplichte verarming. Hij legt er zich bij neer dat zijn Vlaamse regering weer niet de nodige middelen zal hebben. Die zijn ‘getransfereerd’. Hij is ervan overtuigd - en de jongste generatie nog meer - dat Vlaanderen de Waalse broeders moet terugbetalen. De Vlaming gelooft dat een hold-up solidariteit is. Wetenschappers, die het omgekeerde kunnen bewijzen, komen niet op tv. Die kennen er niets van. De slaafse onderworpenheid zit werkelijk in onze genen.”

    

“Ik zoek al 40 jaar naar voorbeelden van solidariteit van het zuiden met het

noorden. Ik heb er nooit gevonden.”

Juul Hannes, emeritus hoogleraar Economische Geschiedenis aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel, in Trends van 22 april 2004

 

“Vlaamse politici vertrekken steevast van het beginsel dat België niet mag barsten. België zal nog lang niet barsten. Het barst op de dag dat de Franstaligen één eurocent betalen aan de Vlamingen.”

Juul Hannes, in Trends van 22 april 2004.

 

Terug naar menu

Ik ben voor Vlaamse onafhankelijkheid: