6. Is het Belgische federalisme een vloek of een zegen voor Vlaanderen?

Schijnfederalisme

Vlaanderen beschikt niet over fiscale autonomie, waardoor het zijn geld naar goeddunken zou kunnen besteden, maar is afhankelijk van het geld dat door het Belgische niveau ter beschikking wordt gesteld. Vlaanderen heeft een fi scale autonomie van amper 20 procent. In échte federale staten, zoals de Verenigde Staten en Zwitserland, beschikken de deelstaten over 50 procent van hun inkomsten. De deelstaten van Duitsland en Canada zijn voor twee derde fiscaal autonoom.

Belgisch federalisme als valstrik

De Vlamingen beseffen te weinig dat zij, met 60 procent van de bevolking, de meerderheid binnen België vormen. Vlaanderen is goed voor 70 procent van de Belgische economie en ruim 80 procent van de export. Indien België een normaal land was, zou het dus overwegend Nederlandstalig zijn. Maar België is geen normaal land. Na het mislukken van de poging om Vlaanderen volledig te verfransen, is het ‘federalisme’ uitgedacht: een systeem dat aan de Vlaamse meerderheid en de Waalse minderheid evenveel macht geeft, en dat ervoor zorgt dat de stroom van Vlaamse miljarden naar Wallonië blijft voortduren.

De invoering van het federalisme was in de eerste plaats een poging om het koninkrijk België te redden, maar geeft de Vlamingen niet waar ze recht op hebben. Het werd geen stap vooruit, maar een valstrik.

Geen oplossing

Na de oprichting van België in 1830 werd Vlaanderen bijna helemaal verfranst. Slechts met grote moeite slaagde de Vlaamse Beweging er in om de Nederlandse taal en cultuur binnen België veilig te stellen. Naarmate de Vlaamse demografische meerderheid zich door het algemeen stemrecht en de economische opgang van Vlaanderen ook in politieke macht vertaalde, nam de druk op het Belgische establishment toe. Vanaf 1970 evolueerde België in de richting van een federaal model. Maar in plaats van twee deelstaten – Vlaanderen en Wallonië – te vormen, werd gekozen voor een bijzonder complexe indeling in vier taalgebieden, drie gewesten en drie gemeenschappen.

De ‘federalisering’ van België werd uitgelegd als een toegeving aan de Vlamingen. Maar in werkelijkheid werd het Vlaamse overwicht in de bevolking ongedaan gemaakt door de invoering van een 50/50- machtsverhouding tussen de Vlaamse meerderheid en de Waalse minderheid (de ‘pariteit’). Door de drieledige gewestvorming kwam Vlaanderen daarenboven steevast tegenover een Waals-Brussels front te staan. De Vlamingen gaven hun numerieke meerderheid dus gewoon weg.

De ingewikkelde Belgische staatsstructuren verhinderen een efficiënt beleid. Vlaanderen en Wallonië hebben over alles een verschillende mening. Door de ingewikkelde Belgische structuur zijn de deelstaten met handen en voeten gebonden aan de Belgische schoonmoeder en ontstaan er voortdurend wrijvingen en conflicten. De politieke macht bevindt zich nog altijd op het federale niveau, waar de Vlamingen niets zelf kunnen beslissen zonder instemming van de Franstaligen. Het Belgische federalisme is vooral een dwangbuis gebleken om rechtvaardige Vlaamse eisen te blokkeren.

 

 

“Vergeet niet dat de hele federalisering is uitgevoerd op basis van het eisenpakket van de Walen.”

Historicus Lode Wils in de Financieel-Economische Tijd van 15 oktober 1994

 

“Ook Elio Di Rupo zal met een vergrootglas moeten zoeken naar een federale staat waar de solidariteit zo genereus is als nu al jaren binnen de Belgische context het geval is.”

Journalist Mathias Danneels in Het Nieuwsblad van 12 mei 2005

 

Terug naar menu

Ik ben voor Vlaamse onafhankelijkheid: